dinsdag 19 mei 2009

Het konikpaard

Het konikpaard lijkt te schrikken als ik contact maak en ik zie hem achteruit stappen.
Ik stel hem gerust, vertel dat ik met vrije dieren praat, noem een aantal van hen op en zeg dat hij niks van mij te vrezen heeft.
‘Ik dacht dat ik los was van mensen en nu kom jij. Praat je vaker met paarden?’
Ik vertel dat ik op verzoek van mensen tolk tussen hen en hun paarden.
‘Er zijn niet veel vrije paarden,’ zegt hij. ‘Ik behoud mijn vrijheid graag, vandaar mijn afstand.’
Ik vertel hem dat het helemaal goed is dat hij op afstand blijft en vraag of hij wel zin heeft in een gesprek. Dat is geen probleem.
‘Ik loop in de kudde. Er zijn geen gevaren. Wij moeten werken (dit op mijn vraag of hij weet waarom ze daar vrij lopen). Grazen. Maar dat is geen werken voor ons.’
Hij laat zien dat mensen geen gevaar zijn.
‘Wij staan dicht bij de mens. Meer dan de runderen, die houden meer afstand.’
Hij laat me een kudde zien die dicht bij mensen is en ik vraag waarom ze daar naartoe trekken. ‘Uit nieuwsgierigheid. Mensen voelen niet vreemd voor ons.’
‘Waarom praat je steeds in de wij-vorm? Je bent toch een individu?’
‘Ik ben een kuddedier. Hier hebben we groepsgedrag, dat is anders dan op stal. Daar worden paarden losgetrokken van elkaar en verbonden aan eigenaren. Maar onze kracht zit in de groep.’ Hij raakt helemaal ‘aan de praat’ en laat dit vooral met beelden zien. Als ik het vertaal, komt het erop neer dat de kudde paarden wandelende mensen bekijkt en dan met elkaar uitmaakt welk paard geschikt is om naar een bepaald mens te gaan. Dat paard treedt naar voren en zoekt contact met het mens dat op dat moment wat nodig heeft.
‘Als wij mensen benaderen, is dat om te geven. Wij hoeven niks met mensen maar onze interesse ligt er wel. Wij zoeken iemand uit, kijken hem aan, lopen mee, laten ons aaien. Net wat dat mens nodig heeft. Er zit veel verdriet bij mensen. Wij willen ze iets blijer maken.’
Hij vertelt dat er geen frustratie is bij hen omdat ze vrij zijn.
‘Paarden in weiden en stallen zijn afhankelijk van mensen wanneer ze verplaatst, gevoerd of gereden worden. Wij bepalen zelf of we naar mensen gaan. We hebben er heus niet altijd zin in.’
Ik vraag hem of hij weet dat er mensen zijn die verantwoordelijk zijn voor hen en het gebied waar ze in lopen.
‘Ik weet wel dat we in de gaten gehouden worden. Maar wij houden hen ook in de gaten.’
Hij sluit af met de opmerking dat hij graag afstand houdt en vindt dat het in dit gesprek goed gelukt is.
Ik ben ook blij dat we dit gesprek hebben kunnen voeren tot beider tevredenheid.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen