donderdag 28 mei 2009

De moederkip

De kip vertelt dat ze inderdaad vrij rond loopt en dat de kuikens haar lust en haar leven zijn.
‘Heerlijk, die lijfjes onder je!’
Meteen schiet het woord kloek me te binnen als ik haar zo hoor en ze vertelt dat ze inderdaad heel goede moeders zijn.
‘De kleintjes krijgen veel veiligheid mee. Daar worden het sterke kippen van.’
Ze straalt een en al warmte en geluk uit. ‘Zo is het bedoeld. Ze leren het leven van mij.’
We gaan naar de kuikens die in broedmachines worden uitgebroed.
‘Die kuikens zijn ontredderd. Ze hebben geen bron, geen ijkpunt. Het worden geen stevige, stabiele kippen.’
Ik merk op dat dit waarschijnlijk ook niet de bedoeling is en dat ze als legbatterijkip of vleeskuiken moeten dienen.
‘Dat is geen leven. Hun persoonlijkheid komt niet tot wasdom. Het is een fabriek. Er is paniek onder de kippen. Emotionele vlakte.’
Ik vraag haar hoe het zit met de slacht van kippen.
‘Ze moeten geen kippen nemen die jongen hebben of kunnen krijgen. Oude kippen is goed. Die hebben een mooi leven gehad. Tot vlees dienen is de laatste dienst.’
Ze vervolgt dat mensen vaak meer nemen dan ze nodig hebben.
Ik vraag naar vossen en hoor: ‘Ja, je moet wel alert blijven als je in de natuur leeft. Wij vechten voor onze jongen.’
Ze vertelt dat vrije kippen het gezellig hebben met elkaar. ‘Veel kippen in een hok geeft stress. Dat is geen leven zoals het bedoeld is.’
Ik wens haar veel succes met de kleintjes en hoor: ‘Ik geniet zo van ze!’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen