maandag 18 mei 2009

De ransuil

Zodra ik contact heb met de ransuil krijg ik een serieus gevoel over me.
Ik check eerst of hij nog in dit leven is. Dat is hij.
Ik vertel hem dat hij zo rustig overkomt bij me.
‘Ik bén rustig. Ik ben bewust bezig met mijn energie. Ik vlieg niet zomaar heen en weer. Ik ga als ik moet eten. En dan liefst met zo min mogelijk inspanning. Ik kijk en ga dan pas over tot actie. Geen onnodig gevlieg voor mij.’
In verhalen zijn uilen de wijze leermeesters en dat beeld hou ik hem voor.
‘Dat begrijp ik. Wij zitten vaak op een vaste plek, als grootvader in zijn stoel. Wij hebben een grote uitstraling van rust. Dat is prettig vertoeven voor anderen. Ze kunnen bijkomen bij ons.’
Hij vertelt dat dieren op afstand blijven maar dat er wel degelijk een uitwisseling is tussen hen.
‘Wij staan hoog in aanzien. Dieren halen rust en levenslessen bij ons. En bedachtzaamheid. Wij zijn met veel dieren in contact.’
Ik begrijp van de uil dat uilen zorgen voor een evenwichtige omgeving. Zij kunnen dieren adviseren ergens anders heen te gaan als dat voor het geheel beter is.
‘Wij hebben overzicht,’ zegt hij.
Volgens mij is wat hij zegt iets heel belangrijks.
‘Dat geloof ik ook,’ is zijn antwoord.
Ik heb het met hem over vogelopvangcentra en hij adviseert uilen niet tam en afhankelijk te maken.
‘Dan verliezen wij kracht.’
Dat maakt me nieuwsgierig naar valkeniers die ook uilen hebben.
‘Soms wil een uil zich daarvoor lenen. Maar wij willen niet veel bewegen. Getrainde dieren zijn overigens nooit zichzelf. Er is iets gebroken. Het is een keus van een dier om te doen wat gevraagd wordt.’
‘En als een dier het niet kan opbrengen?’ vraag ik.
‘Dan gaat hij dood.’ Het is duidelijk dat de uil liever niet over dit onderwerp praat.
‘Het is niet fijn om iets onder dwang te moeten doen.’
Ik vraag hem of hij nog wat te zeggen heeft en krijg door ze een heel ver ontvangvermogen hebben.
Zowel het zien als het horen als de telepathische vermogens zijn erg groot.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen