donderdag 14 mei 2009

De jonge eendjes

Als ik contact maak met een van de eendjes is het heel stil.
‘Ik kan het niet meer,’ denk ik meteen. Maar dan bedenk ik dat ik me helemaal niet voorgesteld heb aan het diertje.
Zodra ik mijn naam genoemd heb, hoor ik een hoop gesnater. Het is een al vrolijkheid van zijn kant.
‘Het is zo leuk! Kijk eens hoeveel water!’ hoor ik.
Ik heb deze foto een aantal dagen geleden gemaakt en de twee eendjes waren toen zonder ouders.
‘Het is moeilijk om bij ouders te blijven. Het is allemaal zo leuk,’ zegt hij.
Als ze elkaar kwijt zijn maken ze een hoop kabaal en dan vinden ze elkaar weer. Hij vertelt dat hij nog bij ze is.
Omdat hij nog zo jong is vraag ik hem of hij nog wat weet van het ei.
‘Op een gegeven moment is het genoeg. Warm, benauwd. Dan wil ik eruit.’
‘En dan?’ vraag ik.
‘Dan wordt het heel licht. Is er ander geluid. Ik kijk mijn ogen uit: waar ben ik nou?’
Het is een druk, enthousiast eendje zoals hij zich aan mij laat zien.
Ik ga naar het andere eendje.
Daar is een grote stilte.
Dan zie ik een heel stil lijfje.
Om eerlijk te zijn was ik daar al bang voor en schoof ik dit contact een beetje voor me uit.
Zodra hier rond het schip jonge eendjes verschijnen is de afvalrace begonnen. Kennelijk heeft dit eendje het ook niet gered.
Ik heb geen zin om zijn doodsoorzaak uit te zoeken en laat het erbij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen