vrijdag 6 april 2012

De roeken in Zutphen


Het is me wat met de roeken in Zutphen.
60.000 euro is besteed aan bestrijding van de kolonies en het gevolg is dat de dieren zich vermeerderd hebben.
Ik heb er wel lol om, want 27 april 2010 sprak ik deze roeken al (zie blog) en was het me duidelijk dat ze niet zouden vertrekken naar een andere plek. En ik moet toegeven: ik vond hun argumenten steekhoudend en kon me absoluut niet aan de mensenkant scharen.
Volgende keer eerder een dierentolk inschakelen bij "overlast"? Normaal gesproken is er goed te overleggen met dieren. Maar wél op basis van respect.

Ik stel me trouwens ook wel eens voor hoe het eruit zou zien als dieren in opstand zouden komen tegen de overlast die wij mensen veroorzaken...

Lees hier het artikel in de Stentor over de roeken.

vrijdag 16 maart 2012

De kraai wiens tijd het was

“Piek! Ik heb wat voor je!” Ik doe de deur open en er wordt me een kraai in handen geduwd. Het diertje beweegt amper, heeft wel de ogen open, maar protesteert op geen enkele manier. Dan is die ver heen. Het dier zat op de weg en de automobilist is gestopt en heeft hem meegenomen naar mij toe. We vermoeden dat hij is aangereden, alhoewel hij er niet gewond uitziet.
Ik pak een kooi en leg de kraai op een bedje van hooi. Contact maken lukt niet. Het draait hem steeds in z’n koppie waardoor hij zijn aandacht niet kan focussen. Ik ben in de kamer wat aan het rommelen en op een gegeven moment hoor ik een geluidje. Het blijkt de laatste adem te zijn.
Nieuwsgierig als ik ben, kijk ik of ik nu wel contact kan krijgen. In mijn beeld zie ik de kraai omhoog vliegen en steeds lichter worden, zowel qua kleur als energie. Ik wil met hem mee en volg hem omhoog. Maar het is duidelijk dat hij naar een gebied gaat waar ik niet heen kan. Ineens lopen de tranen me over de wangen: ik wil mee naar die vredigheid waarin hij zich begeeft!
Dan stopt de kraai, komt terug naar het niveau tot waar ik kon komen en zegt: “Het is jouw tijd nog niet!” “Maar het is daar zo mooi…” piep ik.
We raken aan de klets. De kraai vertelt dat hij inderdaad is aangereden. Ik vind het niet bij kraaien horen om zich te laten aanrijden. “De kou maakt onvoorzichtig,” excuseert hij zichzelf. We kletsen wat door, tot hij op een echte kraaienmanier zegt: “Zeg, ik hoef hier toch niet te blijven omdat jij niet mee kan?!” Nee, natuurlijk niet, dat is niet de bedoeling. Dus ik bedank hem voor het gesprek en hij vertrekt.
Ik zit aangeslagen op mijn stoel. Dat heeft er even flink ingehakt! Dan gaat de telefoon. Een vriendin belt om te vertellen dat ze er twee weken geleden is uitgepikt bij het bevolkingsonderzoek, er meerdere tumoren zijn ontdekt, alles razendsnel gegaan is en ze over vier dagen een borstamputatie krijgt. Ik vertel haar van de kraai en mijn wens om met hem mee te gaan. “Dat begrijp ik,” zegt ze, “Ik ben ook niet bang voor de dood. Maar het is mijn tijd nog niet.” Helemaal goed, dan blijven we allebei nog!!

dinsdag 6 maart 2012

De rat als compagnon

Door de overwinteringplek bij ons aan boord ben ik in contact gekomen met ratten (zie Bruine rat 1, 2, 3 en 4). Deze dieren zijn lang niet zo vrolijk als muizen en ik vraag hoe het komt dat zij veel zwaarder aanvoelen. Ze laten zien dat ze door de eeuwen heen de verschoppelingen zijn geweest: verstoten, geassocieerd met donker, luguber, vies en ziekte. Terwijl ze volgens eigen zeggen van oorsprong opruimers zijn, net zoals kraaien (Bruine rat 3).
Ik schaam me voor ons mensen als ik me realiseer wat we de bruine rat hebben aangedaan door hen zo te zien en kritiekloos de algemene opinie hebben overgenomen, zonder zelf na te denken.
‘Hoe kunnen we de rat in ere herstellen?’ vraag ik hen.
‘Wij hoeven geen connectie met mensen,’ is het antwoord. Het klinkt alsof het te laat is, maar daar hou ik niet van. Het is nooit te laat.
‘Kan ik iets doen?’ ga ik door. ‘Uiteindelijk lopen we hetzelfde pad,’ klinkt het mat en laconiek tegelijkertijd. Deze dieren weten dat mens, dier en natuur één zijn.
Ik ben van mening dat relatieherstel mogelijk moet zijn. Als wij onze leefomgeving schoon houden, hoeven de ratten niet zo dicht bij ons te komen, houden ze hun eigen habitat, blijft hun aantal zoals hun aantal hoort te zijn, kunnen de werelden naast elkaar bestaan en kunnen we de rat gaan waarderen. De rat als compagnon in het creëren van een schone wereld!

Als ik later internet erop nalees, zie ik bij Wikipedia bevestigd dat mensen zelf gezorgd hebben dat de bruine rat voor overlast zorgt door het afvalprobleem niet goed op te lossen.

woensdag 29 februari 2012

Bruine rat (4)

Vandaag sluit het rattenhotel. Het bovenste deel van de compostbak gaat naar de wal en wat al goede compost geworden is, strooi ik uit over de tuin. Ik stop een aantal gaten en de twee mooie holopeningen dicht met wat hooi en grond. Daarna haal ik zakken boomschors die ik op het pad uitstrooi.
’s Avonds word me duidelijk dat je je dromen en wensen nooit moet opgeven. Verschillende mensen hadden gezegd dat ik nooit een rat zou kunnen fotograferen en ik ben zo dom om zonder fototoestel naar buiten te gaan. En juist dan zie ik er weer een. Hij loopt heel mooi op het dunne richeltje van de reling. Dan hoor ik een plons. Hij is minstens 3,5 meter naar beneden gesprongen.
Ik wacht, nu met fototoestel, of ik er nog een zie. Ondertussen maak ik contact met de rat die van boord gesprongen is. Er is een veel vrediger sfeer tussen ons. Ik kan van hem begrijpen dat dit een ideale plek is om de winter door te brengen. Ik zeg hem dat ik het ook een mooie plek vind en ik vraag me af of ratten en wij zouden kunnen samenleven. Alles in me zegt van niet, maar het kan heel goed dat het een opgelegd beeld is wat we elkaar als mensen hebben wijsgemaakt. Ik besluit er op dit moment geen oordeel over te hebben en dat maakt dat we gewoon vredig in elkaars energie kunnen hangen. Ik begin zowaar aan relatieopbouw te doen.
Het rattenhotel is vandaag dan weliswaar gesloten, maar nog niet verlaten.


NB: Ik heb sinds het schrijven van de blog geen rat of rattensporen meer gezien.

Bruine rat (3)

Om goed te kunnen communiceren met dieren moet je oordeelloos zijn. En dat ben ik niet naar de ratten bij ons aan boord. Ik wil dat ze weggaan en dat vooringenomen standpunt belemmert onze communicatie. Daarom gaat het over een andere boeg: ik zoek contact met ratten in het algemeen.
Ze vertellen dat ze de omgeving schoon houden waardoor er geen ziektes verspreid worden. Dit druist in tegen alles wat ik weet wat er over ratten gezegd wordt, dus zeg ik dat mensen juist vanwege het ziekterisico geen ratten in hun omgeving willen. ‘Nee, wij zijn schoonmakers, net als kraaien.’
Ze lijken een gebied telepathisch in kaart te kunnen brengen. Ze hebben een zeer verfijnd, fijnmazig netwerk tot hun beschikking. Ik vertel dat ik gehoord heb dat hun zicht slecht is. ‘Wij lopen niet op ogen, maar op weten.’ Ik denk aan de vraag die ik stelde over het bonken van ons schip en dat onze rat liet zien dat het niet zijn directe grond betrof en het hem dus niet stoorde. Als ratten erop uit trekken, schakelen ze kennelijk hun fijnmazige netwerk in en zijn ze juist wel heel open voor hun wijde omgeving.
Mijn gedachten dwalen af naar rattenbestrijding en ik hoor dat dat dom is. ‘Ja, maar waarom zijn jullie dan zo dicht bij mensen? Waarom blijven jullie niet verder weg?’
‘Dat we naar mensen trekken is eigenlijk een verschuiving. Het is aantrekkelijk en makkelijk. Je bent snel binnen.’ Ik begrijp dat het wonen in huizen eigenlijk te geciviliseerd is. Het is de bedoeling dat de twee werelden naast elkaar passen.
Ik vraag wat wij mensen kunnen doen om goed naast elkaar te leven. ‘Buig ons af. Roep ons een halt toe.’ ‘Hoe doen we dat?’ ‘Mensen moeten hun spul bij zich houden.’ Ik zie onze woonplekken voor me, met alle etensresten die we achteloos neergooien of niet goed afsluiten. Natuurlijk trekt dat de ratten naar ons toe. Als wij oplettender zijn, blijven de ratten meer uit onze buurt. Hebben we ook hiermee het natuurlijke evenwicht verstoord? Het besluit om de compostbak van boord te halen is in elk geval een goede!

Kip Maria en mijn werk als tolk

Toen Maria er nog was, zat ik aan de telefoon terwijl ik tolkte in een gesprek tussen een vrouw en haar oude hond.
Op een gegeven moment kreeg ik een ei door. 'Tja,' zei ik tegen die vrouw, 'nu weet ik niet helemaal zeker of dit van de hond komt of dat ik zelf teveel bezig ben met Maria die rond deze tijd haar dagelijkse ei legt.'
Twee weken later kreeg ik een mail van haar dat de hond vijf dagen achter elkaar een rauw ei had gegeten. De zesde dag liet ze het ei staan. 'Het leek een versterkingsmiddel voor haar,' schreef de vrouw. 'Ach,' zei onze dochter toen ze het hoorde, 'Maria is gewoon bezig met een marketingstunt.'

donderdag 23 februari 2012

Bruine rat (2)

Ons schip ligt niet altijd even vast en soms botsen we tegen de meerpalen. Op een bepaald moment irriteert me dat en ik denk aan de rat. ‘Rat?’ vraag ik. ‘Jij weer? Laat je me nou nooit met rust?’ Heerlijk, die knorrigheid. Ik herken het van een andere rat die ik eens sprak. ‘Nee, zolang jij hier aan boord bent wil ik graag dingen van je weten. Erger jij je niet aan dat botsen van het schip?’
Het dier laat zien dat de onrust van het botsen niet de directe grond om hem heen betreft. Het ligt verder weg dan zijn directe omgeving en daarom stoort het hem allerminst. Ik ben er even stil van als ik me realiseer hoe ver ik altijd van mezelf af zit met mijn aandacht.

’s Avonds sta ik in de motregen, met sigaar en fototoestel, in de wind te wachten tot de rat zich laat zien. Ik moet om mezelf lachen, maar geef het een kans. Je moet altijd wensen en hoop houden. Ineens schrik ik van een geluid naast me! Het is de kat die me miauwend staat aan te kijken. Ik zeg dat ik op rattenwacht sta en ze loopt de tuin in gaat meteen bij alle ingangen even snuffelen. Ze heeft het dus wel in de gaten, maar ja, als een rat onder de grond schiet is hij onbereikbaar voor de kat. We gaan maar weer naar de warme kachel.