maandag 27 april 2009

De rups


‘Wat valt er over mij te vertellen? Ik heb heel veel pootjes nodig om vooruit te komen,’ vertelt de rups.
Hij zegt dat er een goede samenwerking moet zijn tussen die pootjes.
Dan laat hij zien wat hij allemaal kan met zijn lijf: hoe hij zich voortbeweegt, zich bolt, oprolt, in elkaar rolt en aan een draad naar beneden kan hangen.
‘Ik kan van alles met mijn lijf!’
Ik vraag hem wat hij de hele dag doet en hij antwoordt: ‘Eten!’
Degene die de foto van de rups stuurde, vraagt zich af of rupsen weten dat ze vlinder gaan worden.
‘Ik ga mooi worden en vrij.’
Hij vertelt dat hij een cocon gaat maken en ik meen te begrijpen dat hij daar zijn pootjes bij gebruikt.
‘Maar eerst moet ik veel ontdekken op de grond. Zodadelijk ben ik daar te groot voor. Ik moet het ervan nemen op de grond. Goed eten. Op plekken komen waar ik later niet meer kan komen.’
Hij vertelt dat hij zijn plekken zelf kiest: in de zon, in de schaduw, op de grond, in een boom.
Op het moment dat de foto genomen werd, zat hij bij een mens.
‘Opgepakt worden vind ik niet fijn. Ik heb kwetsbare poten. Mensen kijken me wel eens aan en dan kijk ik terug. Dat vind ik lachwekkend. Als mensen zacht doen, vind ik hun bewondering voor ons mooi.’
Hij vertelt heel veel te eten en heel veel te slapen.
‘Ik moet nu bunkeren om later te overleven. Maar tijdens het eten geniet ik van alles.’
Hij laat weten dat een vlinder worden zijn einddoel is.
Ik vraag me af hoe het is om in een cocon te zijn.
‘Het belangrijkste is jezelf tegenkomen in het donker. Groei doormaken in stilte, zonder dat iemand het ziet. Voor jezelf, niet voor anderen. Je knapt er op een gegeven moment uit. Als jullie een vlinder zien weet je dat er heel wat persoonlijke processen doorlopen zijn.’
Ik vraag hem of hij nog wat te zeggen heeft. Hij antwoordt: ‘Wees voorzichtig met onze pootjes.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen