vrijdag 24 april 2009

De ooievaar


Als ik de ooievaar vertel dat ik graag met vrije dieren praat, krijg ik meteen te horen dat zij geen vrij dier is.
Ze is gefokt en geboren en getogen op de plek waar ze nu zit. Ze vertelt nog nooit te hebben gereisd.
Als ik dit allemaal hoor, ga ik zelf nadenken en dat belemmert me in de communicatie. Ik spreek tegen de ooievaar uit dat ik teveel denk en dat ik daarom ga twijfelen aan wat zij zegt.
‘Alles wat ik zeg klopt,’ hoor ik.
Daar vertrouw ik dan maar weer op en ik geef haar het beeld van ooievaars op een nest op een paal en vraag of ze daar iets van kan vertellen.
Ze vertelt goed overzicht te hebben op de paal en vindt de vrije wind heerlijk.
‘Je weet altijd waar de wind vandaan komt. Er is geen weerkaatsing van de wind als die ergens tegenaan komt en terugslaat.’
Ze vertelt dat zij alle elementen helemaal meemaken en dat voelt als enorme vrijheid.
‘Geen last van obstakels. Het waait allemaal langs ons heen.’
Ze laat nog weten dat haar lichaam helemaal bestand is tegen de verschillende elementen.
Op mijn vraag hoe het met voedsel zoeken gaat, antwoordt ze dat ze wel even bezig zijn met voedsel maar niet de hele dag. Ze kunnen ook rustig op het nest zitten.
‘Ik zou niet de hele dag met voedsel bezig willen zijn.’
Ik vertel haar dat ik een keer een nest in een boom heb gezien en ze laat weten dat zij dat veel te veel onrust vindt geven.
Toen wij een foto van haar maakten waren er erg veel mensen die op die zondagmiddag ooievaars kwamen kijken.
‘Wij kijken terug. Het maakt me niet veel uit, die mensen. Alleen de huiseigenaren hebben mijn aandacht. Die geven eten.’
Ze vertelt dat ze inderdaad in de gaten gehouden worden door mensen.
‘Ik ben het gewend, het kan geen kwaad. Maar ik had liever meer op mezelf gezeten.’
Ik vertel haar dat ooievaars bijna uitgestorven waren en dat daarom dergelijke fokprogramma’s gestart zijn.
We constateren dat het vreemd is dat ooievaars, het symbool van kindjes komen brengen, zelf bijna waren uitgestorven.
Ze vertelt dat ze een vrouwtje is en nu op drie eieren broedt. ‘Er wordt goed voor me gezorgd.’
Ik vraag haar naar het klepperen en ze vertelt dat ze van het geluid houden. Ze communiceren ermee maar doen het ook voor de lol.
Omdat ik ook een reiger gesproken heb, vraag ik of ze wat met reigers heeft.
‘Reigers zijn een heel ander soort. Er zijn geen connecties.’
Het hele gesprek gaat wat stroefjes en dat vertel ik de ooievaar ook.
‘Ik hoef niet zo nodig contact,’ zegt ze, ‘Ik zie al zoveel mensen.’
‘Maar daar had je toch geen contact mee?’ vraag ik.
‘Nee, maar ik moet ze wel in de gaten houden. Ik leef mijn leven. Heb niet zoveel te vertellen.’
Ze is nog wel zo aardig om me te laten ervaren hoe vliegen voelt. Het is een heerlijk gevoel door de lucht te zweven en zachtjes maar resoluut op de stevige poten te landen.
‘En nou is het wel genoeg geweest,’ zegt ze.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen