woensdag 22 april 2009

De zwaan


Als het water rond de boot bevroren is, komt een zwaan op zijn buik naar de boot toegeschoven.
Ik geef hem wat brood en maak een foto van hem.
Later op de dag zoek ik in de warmte van de roef contact met hem en vertel dat ik degene was die hem ’s ochtends brood heeft gegeven.
‘Dank je wel,’ hoor ik meteen.
Ik vraag hem waar de andere zwanen waren en hij vertelt dat hij op zoek was naar eten en daarom los was van de groep.
Hij laat me zien hoe hij met zijn buik het dunnere ijs breekt. ‘Het is behelpen met het ijs.’
In een beeld laat hij zien dat hij een volgende keer graag brood gedoopt in water wil. Dat krijgt hij makkelijker weg.
Ik vraag of hij en zijn groep hier altijd zijn en krijg te horen: ‘Niet alleen hier.’
Dan vraag ik hem of ze de winter niet weg hadden moeten zijn en hij vertelt dat allebei kan.
Hij laat weten dat het dit jaar erg onrustig was in de haven en dat klopt. Er is een lange wal van stenen gemaakt en er is overal gebaggerd.
Ik zeg dat ik dacht dat ze er niet meer waren omdat ik het nest niet zag in het voorjaar. Daarover is hij kort en duidelijk: ‘Je kijkt niet goed.’
We hebben het nog even over het vriezen en ik vraag of ze niet invriezen. ‘We moeten alert zijn. In beweging blijven. Voer ons maar bij.’
Ik nodig hem uit om met zijn familie te komen eten tijdens de vriesperiode. Dan moeten ze maar tegen de boot pikken als ze wat willen.
Hij geeft weer door dat het behelpen is met deze kou. Maar: ‘Wij passen beter op dan jullie.’
Zijn beeld over mensen is duidelijk: ‘Dom. Gehaast. Ze kijken niet.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen