vrijdag 17 juli 2009

De jonge zwaluw (8)

Een lezer van deze blog vertelde dat ze zo genoot van de verhalen van mijn avonturen met Henkie. Ze schreef er tussen haakjes bij: of Henkie’s avonturen met jou …
Ik bedacht toen dat het hoog tijd wordt om Henkie zelf es aan het woord te laten en neem ‘een interview’ af langs het water.
Als eerste vraag ik of hij nog dingen weet uit zijn nest-tijd.
‘Toen kon ik nog niet zoveel. Ik viel om, kon niet wapperen. Het was veel dringen met elkaar en veel bewegingen.’
Hij vertelt dat hij door al dat dringen een zetje heeft gekregen en uit het nest is gevallen.
Ik laat hem het beeld zien zoals mijn man hem plat op het trottoir liggend aantrof.
‘Dan ziet alles er anders uit. Ander licht, ander geluid, ander zicht.’
Hij wist niet hoe het verder moest.
De hand van mijn man voelde als een veilig holletje maar hij wist niet wat er gebeurde.
Ik vertel hem dat het de eerste vier dagen zo moeilijk was om hem te voeren omdat hij zijn bekkie dicht hield. Het opendoen van zijn bek vond hij een kwetsbaar opstellen dus hij hield mooi zijn mond dicht.
Op de vierde dag had hij er wel zin in en at hij zelf. Als wij hem niet gedwongen hadden te eten, zou zijn lichaam langzaam afgestorven zijn, zegt hij.
Hij vertelt warmte en beschutting nodig te hebben. Daarom vindt hij het fijn om de hele dag bij mij te zijn.
Ik vertel hem dat we vinden dat hij nog niet zo in gewicht toeneemt. ‘Mijn leven heeft een heel andere wending gekregen. Andere indrukken vragen energie.’
Het eten vindt hij een goed alternatief. ‘Ik red me er wel mee.’
Ik geef hem het bezorgde beeld of hij na de ervaring met ons nog wel weet hoe hij zich als vrije zwaluw moet gedragen.
‘Als ik ga vliegen zet ik alles van jullie van me af. Nee, ik neem jullie niet als last mee. Als een sterretje in mijn hart maar niet als een gedachtenlast.’
Hij vervolgt: ‘Ik kan me niet hechten aan jullie want wat ik moet doen ligt ergens anders.’
‘Wat dan?’
‘Vliegen en eten. Dát ga ik doen. Daar verheug ik me op. Zo ben ik bedoeld. Dit is een zijweg.’
Hij vertelt dat hij het leuk vindt dat iedereen hem leuk vindt.
‘Ik heb plezier om jullie. Maar mensen zijn zo zwaar.’
‘Dat heb ik vaker gehoord van vogels.'
‘Ja, lach toch es wat vaker. Wees wat lichter.’
Hij laat mij weten dat ik me geen zorgen moet maken om hoe het met hem gaat: ‘Ik ga toch wel vliegen.’
Op mijn vraag of hij bang is voor ons, antwoordt hij: ‘Helemaal niet.’
Hij laat zich zien als een heerlijk opgeruimde vogel, met een verankering bij mij als nestalternatief. En hij ziet er naar uit om te gaan doen waar hij hier voor is: vliegen!
Een dier krijgt altijd het laatste woord en Henkie zegt: ‘Ik vind dit mooi om mee te maken. Dat gebeurt niet elke vogel.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen