maandag 13 juli 2009

De jonge zwaluw (3)

Op vrijdag komt Henkie zijn kooitje niet uit. Als ik hem pak voelt hij slap en lijkt hij wel gekrompen.
We vrezen dat hij dood gaat en vragen ons ernstig af of we hem niet te weinig eten hebben gegeven.
Buiten, aan de oever waar andere zwaluwen vliegen, maak ik contact met Henkie en krijg ik een suf lichaam door met een ontzettend vrolijke geest.
Hij is er nogal laconiek onder: als het in dit lichaam niet gaat lukken, ach, dan later weer.
Ik word zelf ook helemaal vrolijk van hem en realiseer me onze andere zienswijzen.
Thuisgekomen hoor ik na een uur allemaal geluidjes uit de kooi waaruit blijkt dat Henkie eruit wil. Als ik het deurtje opendoe komt hij me weer tegemoet gewaggeld.
Vol blijdschap over zijn levendigheid neem ik hem bij me. Maar na een paar minuten wil ik ook weer verder met het werk achter de computer en ik zet hem in mijn trui zodat ik even de handen vrij heb. Meteen nestelt hij zich lekker en voor het eerst maakt hij allemaal nestgeluidjes.
Vanaf die vrijdagmorgen loop ik de hele dag met Henkie in mijn trui.
Ik word door mijn huisgenoten hoofdschuddend maar mild glimlachend aangekeken. Niemand verbaast zich er echt over dat ik met een zwaluw op mijn hart, de plek waar Henkie het liefst zit, rondloop.
De volgende morgen, zaterdag, zegt mijn man zelfs uit zichzelf: ‘Nou, hup, stop hem in je trui, daar voelt hij zich het fijnst.’
We hadden inmiddels van de plaatselijke vogelopvang te horen gekregen dat we hem niet snel kunnen overvoeden. Ze gaven nuchtere adviezen en reageerden laconieker dan een andere opvang die ik om advies had gevraagd. Het eerste wat die zeiden was dat we een strafbaar feit plegen door de vogel in huis te hebben.
Via de diercommunicatie maak ik weer contact met Henkie en ik tref een heel vrolijke vogel.
De trui vindt hij een prima alternatief voor het nest. Ik vertel hem dat hij in een week een heel ander vogeltje geworden is, communicatiever, en hij vertelt dat hij snel groeit. Vrijdagmorgen voelde hij zich zo beroerd dat hij dacht dat hij het niet zou redden.
Hij reageert enthousiast op het meer voeren en zegt dat hij moet groeien. Dat vinden wij ook. Zijn gewicht lijkt wat achter te blijven bij zijn verdere ontwikkeling. Maar we weten niet zeker of dat bij vogels zo werkt.
We hadden op een dag gekeken of hij al kon vliegen en uit zichzelf vloog hij zo’n 200 meter waarna hij op de grond landde.
‘Het vliegen was heel leuk. Maar het was goed dat jullie me weer hebben opgehaald.’
Hij geeft nogmaals aan dat hij nestwarmte nodig heeft en vertelt dat het goed gaat met hem.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen