zondag 13 september 2009

De zebra (de moeder)

Als ik contact maak met de zebramoeder word ik welkom geheten.
Nu was ik beter voorbereid dan bij de karper op de mogelijkheid dat dit prooidier niet meer hier op aarde zou kunnen zijn.
De zebra vertelt iets aan haar poot gehad te hebben waardoor ze niet snel genoeg meer was.
‘Je probeert weg te komen maar de zwakste wordt gepakt,’ legt ze uit.
Ze laat zien hoe ze haar jong de kudde in heeft gestuurd en toen zelf van de kudde is afgelopen zodat zij gepakt zou worden.
Ik vertel dat iemand me kortgeleden heeft verteld over de bevindingen van Michael Roads over roofdieren en hun prooi: ze hebben een soort afspraak met hun aanvaller en verlaten hun lichaam zodra ze geen kans meer hebben te ontsnappen.
‘Ja, dat weet je,’ antwoordt de zebra. ‘Het is geen probleem. Het is inderdaad een kwestie van snel je lichaam verlaten.’
Ze zegt dat mensen daar niet zo dramatisch over moeten doen. That’s life.
‘Ik heb mooie jaren gehad. Diverse jongen gehad.’
Ze vertelt dat het fijn is op aarde in een fysiek lichaam te zitten. Ze heeft genoten van de aarde, de lucht, het voedsel en de groep.
‘Wij hebben een groepsgeest. Bij aanvallen van roofdieren verdwijnen er individuen maar de groep blijft.’
Ze doet het rustig aan met terugkomen, ze heeft geen haast.
Ik vraag haar of ze wel eens overweegt als huisdier terug te komen.
Ze veronderschuldigt zich bijna als ze uitlegt dat ze erg op haar vrijheid is gesteld.
‘Ik hou van het vlakke land en de ruimte. Ik vind het heerlijk om héél hard te rennen. Ik moet er niet aan denken om als paard in een stal te zijn. Ik wil me niet laten temperen.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen