donderdag 17 september 2009

De buffel

De buffel straalt een enorme rust uit.
Ze vertelt dat ze de zinderende hitte goed aankan.
Het lenige gevoel dat ik doorkrijg, verbaast me. Andere dieren (de bizon, de Schotse Hooglander) voelden veel logger aan.
‘Wij kunnen rennen,’ legt de buffel uit. ‘We zijn licht als een veertje. Het zware is aan mij niet besteed.’
Op mijn vraag wat ze doet, zegt ze dat ze voor de jongen zorgt en zorg draagt voor de groep.
‘Wij trekken als een geheel rond.’
Ze laat ook zien dat ze weet dat ze voeding voor roofdieren is. Daar kan ze niet mee zitten.
Ik word een beetje slaperig van dit gesprek. Meestal is dat bij dieren die niet veel te vertellen hebben of een heel laag bewustzijn hebben. Dat lijkt me hier niet aan de orde en ik vraag aan wie van ons beiden de slaperigheid ligt.
‘Ik heb niet veel te vertellen,’ zegt de buffel. ‘Ik ben veel met de jongen bezig. Het is belangrijk dat ze evenwichtige dieren worden. De kudde kan alleen door met evenwichtige dieren. We kunnen niet steeds stoppen voor uitspattingen van groepsleden.’
Dit vind ik een interessant onderwerp en ik vraag: ‘Dus je investeert in de jongen voor een vloeiende voortgang later?’
‘Ja. Als iemand zich niet conformeert valt hij er buiten en is hij verloren.’ Ze geeft het beeld van roofdieren en dat een buffel zich dan niet alleen kan redden.
Ik geef de buffel beelden van hoe mensen soms met kinderen omgaan en hoe desastreus dat kan verlopen als ze volwassen zijn.
De buffel reageert: ‘Nogmaals: je moet investeren in het jonge leven. Veel liefde en aandacht geven. Iemand die tekort is gekomen gaat stuntelen. Het komt bij ons niet veel voor. Als de ouders overlijden, wordt het jong door de groep opgenomen.’
Ik vertel van de kreupele bizon. De buffel herkent dit deels. Ze zegt erbij dat een moeder zich soms niet kan losmaken van een ziek, lichamelijk onvolwaardig jong.
‘Dan blijven ze samen achter en sterven. De band is dan te sterk. Wij pushen niet. Het is de keus van de koe.’
Ik vraag de buffel waarom ik bijna in slaap viel als ze zoveel interessants te vertellen heeft.
‘Het is voor mij zo gewoon dat ik vergeet erover te vertellen,’ legt zij uit. ‘Maar ik begrijp van jou dat het bij mensen anders kan gaan. Wij hebben een oerzorg voor alle groepsleden.’
Bij deze simpele constatering schaam ik me voor mijn soort, de ‘hoog ontwikkelde’ mens …

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen