maandag 21 september 2009

De mot

Iemand stuurt een foto van een motje en heeft daarbij de vraag wat deze mot haar te vertellen heeft.
Als ik contact maak, kijkt de mot me met grote ogen aan. Ik vraag hem waarom hij me zo aankijkt en ik krijg de vraag terug waarom we zo’n lange omweg maken om hem te vragen of hij wat wil vertellen.
‘Nou ja,’ mompel ik, ‘Zo gaat dat gewoon. Iemand heeft een vraag, stuurt een foto, ik maak contact, schrijf het op, koppel het terug …’
Het komt mij ineens ook allemaal omslachtig voor, maar ja, niet iedereen kan verstaan wat er in een motje omgaat.
Het is een heel aardige mot die vertelt dat hij vooral komt kijken.
Hij vindt dat er een prettige, open sfeer in het huis is en hij vermaakt zich daar goed.
Ik ga een beetje lelijk doen door hem te zeggen dat hij niet zo mooi is als een vlinder en dat maakt het voor mensen misschien wel wat minder aantrekkelijk om hem in huis te hebben.
Hij laat zich niet uit het veld slaan: ‘Wij hebben de franje en bombarie niet nodig. Heb je mij wel eens goed bekeken?’
Ik moet toegeven van niet en hij nodigt me uit om dat eens te doen.
Ik ga nog even door met mijn rotopmerkingen en stel dat ik motjes vrij dom vind.
‘Dat is jouw plaatje van ons,’ antwoordt hij rustig. Hij vertelt dat ze gefascineerd zijn door het licht.
‘Kijk naar me hoe ik ben in al mijn eenvoud,’ zegt hij. ‘Ik hou van rondkijken.’
‘Vind je het niet erg dat je geen mooie kleur hebt en geen waardering krijgt?’
‘Mijn kleur zit binnen in mij.’
‘Maar dat kun je niet zien …’
‘Je weet het nu toch?’ Het motje toont zich als een blij, opgeruimd dier zonder poespas en ik heb absoluut sympathie voor hem.
‘Wat zeg ik dus tegen die vrouw? Ze wilde graag weten wat jij haar te vertellen hebt.’
‘Zeg haar: mijn schoonheid zit van binnen.’
‘Dus je bent niet zo grauw als je eruit ziet?’
Het motje lijkt lol te hebben om mijn domheid om me door het uiterlijk te laten beïnvloeden.
‘Zeg haar ook maar dat ik graag in haar huis blijf. Ik vind het erg leuk daar.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen