dinsdag 11 augustus 2009

De wilgenhoutrups

Gisteren ben ik me rot geschrokken van een in mijn ogen enorm grote rups.
Op internet zie ik dat het gaat om een wilgenhoutrups. Op zich een gewone rups, staat er, maar de laatste jaren wordt het aantal minder en in het oosten (waar ik woon) komt hij niet zo vaak voor. Geen wonder dat ik hem dus niet herkende en schrok.
Mijn geschrokkenheid en aversie tegen zijn uiterlijk lijken het contact in de weg te staan. Ik spreek dan dus ook maar uit dat ik hem eng en groot vond.
Daar reageert hij op. ‘Waarom? Ik ben juist trots op hoe groot ik ben.’
Dat kan ik ook weer begrijpen. Ik zeg hem dat ik gelezen heb dat hij er wel 3 of 4 jaar over kan doen om cocon te worden en dat het mogelijk is dat hij als cocon de winter overleefd.
‘Tijd zegt me niet zoveel. Bij ons gaat alles zorgvuldig. De groei. De plekken waar we zijn.’
Normaal gesproken lees ik van te voren niks over een dier waar ik contact mee zoek. Maar nu moest ik weten met welke rups ik van doen had en zodoende weet ik dat hij waarschijnlijk op zoek is gegaan naar een goede plek om cocon te kunnen worden.
De rups beaamt dat het voor hem nu inderdaad tijd wordt (grappig als iemand eerst zegt dat tijd hem niet veel zegt).
‘Ik hoop dat ik een goede plek vind. Het is een hele zoektocht.’
Ik vermoed dat hij zijn reuk veel gebruikt.
Dan probeer ik met hem naar het moment van vlinder-zijn te gaan maar hij geeft aan dat hij niet zover vooruit denkt.
Ik vraag hem of er nog wat te zeggen valt maar hij antwoordt: ‘Nee, ik zwoeg nog door op zoek naar een goede plek.’
Ik heb het vermoeden dat ik deze serieuze rups gestoord heb in zijn zoektocht. En passant wilde hij wel wat zeggen maar hij heeft zich door mij niet laten afleiden van zijn bezigheden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen