maandag 3 mei 2010

De kraai en de eieren

Gisteren vond ik het verlaten eendennest bij ons aan boord leeggeplunderd. Er lag nog één kapot ei in het nest en één kapot ei een eindje verderop. De andere tien eieren waren totaal verdwenen. Honden of katten kunnen het niet gedaan hebben. Ratten komen niet aan boord dus blijven de kraaien over.
Ineens herinner ik me een kraai die op een zonnige middag op de mast zat. Toen ik hem zag, weet ik nog mijn verbazing van dat moment. Kraaien komen namelijk nooit bij ons aan boord.
Ik ga terug naar die kraai en vertel hem dat ik erg nieuwsgierig ben wat hij daar deed die middag en wat hij zag. Om te weten te komen wat een dier ziet, kun je vragen of je even in zijn lijf mag komen om door zijn ogen te kijken. Als ik dit voorstel, schiet de kraai meteen een eindje weg. Hij is duidelijk niet gesteld op contact van zo dichtbij. Ik leg hem mijn nieuwsgierigheid uit en dat dit mijn manier is om aan informatie te komen.
Om hem niet op te jagen, babbelen we eerst over andere dingen. Dat ‘babbelen’ gaat eigenlijk in razendsnelle beelden. Ik zend beelden uit van kraaien die zich tussen de mensen begeven en prullenbakken leeghalen. De kraai laat zien dat in steden en dorpen mensen een constante factor zijn. ‘Daar anticipeer je op. Je kunt situaties inschatten. Op jullie schip is die constante factor van mensen niet. Daarom moeten we wachten op periodes zonder mensen.’
‘Maar ik zag je laatst op die mast zitten,’ zeg ik bijdehand. De beelden dat ik rustig aan de tuintafel iets aan het doen was met iemand anders vliegen heen en weer. Ook dat de kraai een geluid maakte en ik meteen omkeek. ‘Dat geluid was om jullie alertheid te meten,’ zegt de kraai. ‘Jij was in no time met je energie bij mij. Dat betekent gevaar voor mij. Als jij niet gereageerd had, had ik de ruimte kunnen nemen.’
Dit is het punt waarop ik hem kan vragen toch even door zijn ogen te mogen kijken wat hij toen zag. En dan zie ik dat het heel simpel is: in dat oppervlak met allemaal planten valt het heel duidelijk op dat er één hoopje is met veren. Dat ziet er duidelijk anders uit. Ik mag met mijn mensenogen dan wel denken dat de eieren goed verstopt waren, voor kraaien is het overduidelijk dat het hier om iets anders gaat.
Dan is natuurlijk mijn vraag of hij in zijn eentje al die eieren heeft opgegeten en meegenomen.
‘Als één het weet, komen er meer,’ vertelt hij. De kraaientamtam dus. Het mechanisme waar Rupert Sheldrake ook over geschreven heeft: als een vogel in Nieuw-Zeeland iets nieuws ontdekt om te doen, doen vogels in Engeland het ook.
De kraai is dan ook helder: als je iets ziet moet je het meteen uitvoeren, anders kunnen anderen ermee aan de haal gaan. Dat zal de reden zijn dat het nest leeggehaald was voor ik er erg in had!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen