zaterdag 1 mei 2010

Film: The story of the weeping camel

Vandaag zag ik deze film die gemaakt is in Mongolië. Het gaat over een kameel die een heel zware bevalling heeft gehad en haar jong niet accepteert maar afstoot. De mensen rond deze kameel krijgen het niet voor elkaar om het jong bij de moeder te laten drinken en ze schakelen een violist in. Onder toeziend oog van de familie begint de vrouw te zingen terwijl haar handen op de kameel liggen. De violist speelt op een gegeven moment mee. Na een tijdje is te zien hoe een traan uit het oog van de kameel valt en daarna nog één. Op dat moment lacht iedereen en brengt de man het jong naar de moeder om het te laten drinken. De moederkameel stoot het dier niet meer af.
Natuurlijk ben ik erg nieuwsgierig wat er precies is gebeurd en ik benader kameel Inger Temee en ga met haar terug naar de tijd van die opnames. Ze vertelt dat ze tijdens de bevalling afgescheiden is geraakt van het jong. Ze was zo in zichzelf geraakt dat er een cirkel om haar heen gevormd werd waarin geen ruimte was voor het jong.
Ik vraag haar wat er gebeurde tijdens het ritueel zoals dat uitgevoerd werd.
‘De aanraking, de aandacht en de klanken maakten openingen,’ vertelt ze. ‘Er brokkelde een muurtje af.’ Ze laat me voelen dat ze omgeven was door de aandachtige energie van iedereen die aanwezig was.
‘En de traan?’ vraag ik nieuwsgierig.
‘Een kameel hoort niet afgescheiden te zijn,’ is haar verklaring. Zonder verder te hoeven vragen, voel ik dat de traan een fysieke uiting was van iets dat in haar loskwam waardoor er weer verbinding gemaakt kon worden met de buitenwereld.
Dan ga ik naar Botok, het jong. Die vertelt meteen dat de verbinding tijdens de bevalling al weg was.
Ik vraag hoe dat voelde en hoor en voel: ‘Het is zo.’
Het antwoord is zo helder dat ik ook nu weer geen vragen heb.
Wel kan ik haar vertellen hoe het bij ons mensen gaat. Dat wij ons dan afgewezen voelen en dat dat kan zorgen voor trauma’s op latere leeftijd.
Maar Botok is heel helder: ‘De verbinding was al weg. Als er geen verbinding is, kan het niet aan mij liggen. Want dan zou de verbinding er nog moeten zijn.’
Het is heel helder dat zij geen fouten gemaakt heeft in deze en nogmaals krijg ik het sterke gevoel door: het is zo.
Ze laat zich zien als kameel alleen in die tijd. Alleen in de ruimte, alleen in de vlakte.
Ik vraag haar wat ze vond van het ritueel. Ze laat zien dat er een opening kwam in het veld rond haar moeder. ‘Toen kon ze me opnemen. Toen begon de verkenning.’
Vanaf toen kon ze ook openstaan voor andere kamelen en mensen. Daarvoor was ze alleen. Maar nogmaals krijg ik het zuivere gevoel door: het is zo.
Ze laat zien dat haar moeder de enige is die een verbinding naar de kudde kon leggen voor haar. Zonder haar had ze nooit goed in de kudde kunnen komen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen