maandag 28 juni 2010

De egel en mijn egovraagstuk

Dit egeltje is gefotografeerd in een tuin in Duitsland. In mijn kennismaking met hem geef ik het beeld van twee landen en dat hij voor mij over de grens zit. Meteen hoor ik: ‘Ik begrijp grenslijnen niet. Iedereen mag zelf weten waar hij is.’
Ik vraag hem wat hij zoal doet ’s avonds en het antwoord is dat hij zijn neus achterna gaat. Hij laat zich schuifelend over de grond zien in best een groot gebied, vindt hij. Ik heb het idee dat hij een bepaalde ronde heeft, in een voor hem bekend gebied waar hij graag elke avond opnieuw in gaat snuffelen.
De vrouw van dit huis zet altijd wat voer neer en deze egel neemt het graag aan. ‘Het is voor mij,’ vertelt hij. Het gevoel dat hij me daarbij geeft is heel bijzonder: hij aanvaardt het in stille, genoegzame dank. Na het opeten schuifelt hij rustig verder.
Omdat een andere egel doorgaf dat mensen onbehouwen kunnen zijn, vraag ik deze egel hoe hij de vrouw ervaart. ‘Ze is voor mij geen bedreiging.’
In beeld geef ik bedreigende situaties door en ik zie dat de egel zich oprolt. Hij legt uit dat oprollen niets anders is dan slapen. Je bent even ‘van de wereld’.
Net als de vorige egel komt dit diertje heel gemoedelijk bij me over. Beiden geven zo’n harmonieus en vrolijk gevoel door dat ik me (weer) afvraag hoe het zit persoonlijke eigenschappen van vrije dieren. Hebben ze een ego, dat stuk in de mens waarvan we zeggen dat het ons ik is maar waar we in feite een hoop last van hebben?
‘Ik doe wat ik moet doen,’ hoor ik.
Deze opmerking knalt naar binnen bij me. Dát is het! Vrije dieren doen wat ze moeten doen. Doen waarvoor ze geschapen zijn. Een egel gaat niet voetballen maar doet gewoon zijn egeldingen. Daarom zijn ze perfect. En daarom zijn mensen die hun ware levensdoel gevonden hebben gelukkig en leven ze in harmonie.
In mijn enthousiasme bedank ik de egel uitdrukkelijk maar hij schuifelt al weg, niet onder de indruk van het inzicht dat hij mij gegeven heeft. Hij is gewoon egel.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen