dinsdag 27 april 2010

De roeken in de stad

Via iemand uit de politiek krijg ik te horen dat er op een bepaalde plek in Zutphen dusdanige overlast van roeken is dat de politiek zich ermee bemoeit. Ze vraagt of ik wat met de roeken kan. Dit vind ik natuurlijk weer erg leuk om te doen!
Als ik contact maak, hoor ik meteen veel kabaal. Ik vertel dat ik zo niks kan verstaan en vraag om een woordvoerder of een gezamenlijk spreken en zeg erbij dat het me niet om een individuele roek gaat maar om alle roeken. Het gaat ook niet om bepaalde families: gewoon alle roeken die daar zijn.
Ik val maar meteen met de deur in huis en zeg dat de roeken als een overlast worden ervaren.
Meteen is er verbazing: ‘Wij zijn hoog. De mensen laag. We lopen elkaar niet in de weg.’
‘Nee, dat is waar,’ moet ik toegeven. Ze doen er een schepje bovenop en laten zien dat roeken wegvliegen voor mensen. 1-0 voor de roeken.
‘Ja, maar jullie maken veel lawaai,’ zeg ik dan.
‘Wij zijn luidruchtig. Dat hoort bij ons.’ Ik denk aan ieder vogeltje dat zingt zoals die gebekt is. 2-0.
‘Jullie poepen veel.’ Hier heb ik een steekhoudend argument. Veel mensen schijnen last van de poep te hebben. Meteen laten ze zien dat het logisch is dat poep naar beneden valt. En wel recht onder hen. Het zou wat zijn als het naar boven vliegt of met een bochtje zomaar ergens in de stad terecht komt. Dat zou pas onbetrouwbaar zijn. Wat is mijn probleem met het recht naar beneden vallen van uitwerpselen?
Ik gooi een ander argument in de strijd, in de hoop op wat medewerking: ‘Konijnen, ratten en muizen worden doodgemaakt door mensen als mensen vinden dat er teveel zijn. Jullie niet.’
‘Dat gebeurt stiekem bij de grond. Dan zien mensen het niet.’
‘En als er op jullie geschoten zou worden?’
‘Dan vliegen we weg.’ Ze laten zien dat schieten en harde geluiden hun verstoort. Maar ze komen terug. Ze vertellen wel dat de verstoring van knallen niet fijn is. Het kan een paar keer maar al te vaak zorgt voor oververmoeidheid. Ze geven door dat een bepaald geluid heel onprettig zou zijn maar ik vraag niet wat voor geluid dat is. Dat moeten de roekenhaters maar uitzoeken als ze dat nodig vinden.
Ik doe de roeken een voorstel om naar een andere plek te gaan en geef ook meteen aan waar dat is.
‘Deze plek is prettiger,’ zeggen ze. Ze laten zien dat dit echt hun plek is en nogmaals: zij zitten hoog in de bomen en de mensen zijn op de grond. Ze zien het probleem niet. Bovendien vinden ze het fijn om tussen gebouwen te wonen.
Als ik vraag hoe zij mensen zien, antwoorden ze: ‘Gezellige drukte.’
Door middel van een beeld laten ze weten dat er kraaien of duiven zouden komen als zij toch weg zouden gaan. En met heel veel kraaien zijn mensen slechter af, vinden ze.
Ze sluiten af: ‘We vallen niet aan. Wat is het probleem?’
Ik heb geen weerwoord meer. Ik vind het inmiddels wel 5-0 voor de roeken!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen