dinsdag 5 januari 2010

De merel en het bijvoeren


Nu het zo koud is en er sneeuw ligt, let ik goed op dat ik twee keer per dag voer voor de vogels neerleg. De bomen bij het schip zijn nog niet gekapt dus de vogels vinden er hun plekjes nog.
Ik ben erg benieuwd wat de vogels van het bijvoeren vinden en als eerste benader ik de merel.
‘Moeten we je dankbaar zijn?’ is meteen zijn reactie. ‘Je doet opgeblazen. Zonder jou vinden we ook wel voedsel. Dit is alleen makkelijker.’
Bam! Die zit. Ik ben genoodzaakt even bij mezelf te rade te gaan en ik moet toegeven dat ik mezelf aardig goed vind dat ik er elke dag zo goed aan denk. Ik voel me inderdaad een weldoenster.
De merel gaat nog even door: ‘Wij blijven niet op één plek als er gebrek aan voedsel is, hoor. Wij zoeken verder.’
‘Zijn jullie niet blij met het voer?’ vraag ik.
‘Ja, je maakt het ons makkelijker.’
‘Maar het is geen werelddaad …?’ Ik word wat voorzichtig en bescheiden.
‘Denk je dat we afhankelijk zijn van jou?’
Ik gooi het maar over een andere boeg en zeg dat ik blij ben dat de bomen er nog zijn en de vogels dus ook.
‘Anders waren wij weg. We blijven niet kijken naar wat er niet meer is,’ antwoordt de bijdehante merel.
‘Nou, mag ik dan wel dankjewel zeggen dat jullie er nog zijn?’ vraag ik hem. ‘Want ik geniet wel van jullie.’
‘Dat mag je,’ is zijn simpele antwoord.
Sjongejonge, een standje van een merel … even mijn ego gedimd …


We zijn nu een paar dagen later en ik zie meer merels dan ooit. Dus ze zijn best heel blij met het voer. Het dier wilde me alleen een toontje lager laten zingen. Nou, ik heb het begrepen, hoor!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen