zaterdag 9 januari 2010

De huismuizen


Na een zomermaand van huis geweest te zijn, trof vriendin Petra muizen in haar huis. In september zijn er twee gesprekken met de dieren geweest en het is een tijdje aardig goed gegaan. Maar de uitbundige en baldadige diertjes maakten gebruik van weer een langere periode van afwezigheid en een week van hard werken in haar kantoor.
De uitdrukking ‘Als de kat van huis is, dansen de muizen’ is niet zomaar bedacht, blijkt wel weer.
Als de diertjes over de verwarming en door de kamer lopen, vraagt Petra of ik nog es kan babbelen met de muizen.


Er is één muis die wel wil praten en als woordvoerder wil optreden. Als dieren schuldgevoel hebben, dan is er bij dit dier een heel klein beetje te zien. Hij komt op mij over als een kleuter die weet dat ie fout zat en met een schuldbewuste grijns op het onvermijdelijke standje wacht.
Ik start het gesprek en zeg dat het uit de hand loopt.
'Wij hebben plezier. Feestje. Rennen. Lol maken.'
Ik leg uit dat de kasten en laden niet van hen zijn en dat Petra niet wil dat ze daar komen.
'Maar daar ligt juist eten.'
'Ze wil het niet, het is van haar.'
Ook vertel ik dat ze niet in het hok van Rumi mogen komen. Rumi is hetzelfde konijn als Mini, haar naam is alleen aangepast.
'Als zij niet in het hok is, zien wij geen probleem.'
Ook hier geldt: als het konijn van huis is … want Rumi neemt haar eigen maatregelen tegen de muizen. Maar ja, ze gaat vaak met Petra mee en is dus lang niet altijd op haar post.
Ik leg uit dat zij niet willen dat hun iets overkomt en dat Petra niet wil dat Rumi iets overkomt. Dat Rumi belangrijk is voor haar en dat ze geen ziektes wil.
Daar reageert hij op met 'okee, okee'.
Alhoewel deze muizen in september niet echt afspraken wilden maken, konden ze zich erin vinden dat ieder z’n eigen ruimte zou hebben. Nu laat hij een vrijpostig beeld zien, een feestjesgevoel.
Ik stel: 'Het is háár huis.' Pijnlijk discussiepunt, maar de muis gaat er nu niet op in.
Het voorstel van Petra is dat ze kunnen kiezen: naar buiten en daar gevoerd worden of binnen in een hokje en daar gevoerd worden.
Buiten zien ze nog steeds niet zitten en over een hokje zijn ze duidelijk: het eten zien ze wel zitten maar met z'n allen in een hok is te klein en dat wordt ruzie.
De laatste aanbieding van Petra is dat ze zich dan aan haar spelregels moeten houden: zich niet laten zien en horen en niet uit de kasten en verpakkingen snoepen.
Ik geef de muis het beeld van hun eigen geheime gangenstelsel in het huis en vraag wat ze van dit alles vinden.
'Streng.'
'Begrijpen jullie het?'
'Er is ruimte genoeg.'
'Maar ze wil het niet.'
'Ze vindt ons best leuk.'
'Dat komt omdat ze aardig en ruimhartig etc. is.'
Ik vraag of ze zich niet kunnen verspreiden over verschillende stadshuizen.
'En zachtjes doen? Alsof wij geen bestaansrecht hebben? In het stiekeme, teruggetrokken leven?'
'Ja.'
Inmiddels zit ik op de wip omdat ik weg moet en ik zeg dat ik nu geen tijd meer heb om te praten.
'Wij hebben altijd tijd.'
'Ja, maar ik nu niet.'
Ineens krijg ik de vraag of ik muizen heb thuis.
'Nee, wij hebben katten.'
Hij laat me weten dat ze katten 'fair play' vinden.
Mensen zijn geen partij voor ze. Daar worden ze baldadig van.
Katten daarentegen zijn een echt gevaar. Een eerlijk gevecht. Het houdt hen scherp.
Ik vraag of ze gif van de buurjongen willen. Die heeft namelijk last van muizengeluidsoverlast.
'Gif zien we niet zitten. Daar wordt je ziek van.'
En een val vinden ze oneerlijk.
Nogmaals: een kat is fair play. Dat is een taal die ze verstaan.
Nu is het afwachten hoe Petra gaat reageren.

Klik hier voor het eerste gesprek en hier voor het tweede gesprek met de muizen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen