zaterdag 7 juli 2012

De geelwangschildpad (deel 2)

Na dit gesprek springt de schildpad bijna niet meer in het water als wij eraan komen. Hij blijft rustig liggen in de zon, maar is wel heel alert. Als ik voorzichtig door het raampje naar buiten gluur, gaat het koppie al iets bewegen. De meningen aan boord zijn verdeeld. Ik vind dat we stil en rustig moeten doen, een ander vindt dat hij zich in een sociale context begeeft en zich ook deels moet aanpassen. Hij krijgt van een van de dochters de naam Yeng. Een variatie op Yin en Yang, mannelijk-vrouwelijk. Bovendien vindt de dochter dat we wat meer internationaal moeten gaan met namen. Tijdens het gesprek kreeg ik het woord clusteren door en ik heb sterk het vermoeden dat deze soort het liefst met een aantal bij elkaar is. Ik lees een blog van mij uit 2009 terug over roodwangschildpadden. Die gaven destijds aan niet gelukkig te zijn. Mensen zeiden toen tegen mij dat ze prima kunnen overleven in Nederlandse vijvers, maar nu ik me wat verder verdiep, lees ik dat ze maar een jaar of zes worden op deze manier. Het dumpen van een schildpad kan vergeleken worden met het vastbinden van een hond aan een boom. In het juiste klimaat kunnen deze schildpadden ouder dan veertig worden. En dan hebben we het over warm water. Kouder dan 18 graden moet het voor deze dieren niet worden. Ik ga weer naar Yeng en vraag of hij weet waar hij vandaan komt. Ik voel dat de verzorging niet best was. Dat kan ik me ook voorstellen. Als iemand zo ver komt dat hij zijn schildpad naar de IJssel brengt, zit daar vast een periode aan vooraf dat er geen plezier meer met elkaar was en het dier een last werd. Het vrije water en meer zuurstof schijnt Yeng goed gedaan te hebben. Maar als groep zijn ze sterker. Dit is erg alleen voor hem. Als ik erop doorvraag, hoor ik weer het woord clusteren en omdat ik dat woord nooit gebruik, zoek ik het op in het woordenboek: samenbrengen in groepen met gemeenschappelijke eigenschappen of kenmerken. Voor Yeng is het alleen zijn eigenlijk te uitputtend. Hij moet teveel opletten. Als ik dat koppel aan wat hij eerst doorgaf (dat zijn binnenwereld en buitenwereld één zijn), dan kan ik me voorstellen dat een groep die samen oplet inderdaad meer rust geeft voor het individu. Het is ook mijn motto: als we allemaal een beetje doen, doen we samen heel veel. Arme Yeng, als ik nu naar hem kijk, zie ik een eenzaam dier in z’n soort. Ik hoop dat hij zich door ons wel welkom weet. Ik denk het wel, gezien het feit dat hij nu rustig blijft liggen zonnen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen