De jonge, kreupele bizon vertelt me meteen dat hij niet meer hier is.
Het ging allemaal erg moeizaam met hem.
‘Als zo’n lijf niet wil, dan wil je zelf niet meer,’ zegt hij.
Hij laat me zijn irritatie van toen voelen over de poten die niet deden wat hij wilde.
Hij vertelt dat hij de kudde niet kon bijhouden en dat ze niet wachtten.
‘Ze verzorgen een tijdje maar dan moet er verbetering zijn. Zo niet, dan gaan ze verder.’
Hij is er neutraal onder en zegt dat hij zelf ook zo gereageerd zou hebben.
Ik krijg het idee dat hij is doodgeschoten en dat beaamt deze bizon.
‘Als je vervoermiddel het niet meer doet, heeft het geen zin meer.’
Hij vervolgt: ‘Als het lichaam dood is, kan ik eruit. Ben ik bevrijd.’
Hij heeft het als een grote opluchting ervaren.
‘Zo’n lichaam is een marteling.’
Hij vertelt dat niet de pijn erg is maar het niet kunnen.
‘Bij pijn kun je je bewustzijn aanpassen. Dat wordt lager. Maar als je je bewustzijn nog hebt, ben je steeds bewust van de onmogelijkheden.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten