
Als ik contact maak met dit vinkje voel ik meteen dat ik te maken heb met een avontuurlijk, ondernemend diertje. Jong en nieuwsgierig.
Het diertje realiseert zich dat het nog niet alles kan overzien dus katten zijn zeker een gevaar. Het vergt nog wat training van hem om de ruimte zo te gaan gebruiken dat hij op plaatsen komt waar geen katten zijn. Hij is ervan overtuigd dat vinken die goed opletten geen partij zijn voor katten.
Ik vraag wat ie ervan vond dat ie zo dicht bij deze vrouw was. ‘Zij zat mij aan te kijken. Ik zat haar aan te kijken. Het was geen bedreiging. Ik vond het heel leuk. Net of ik meegenomen werd.’
De vogel geeft het gevoel van wederzijdse verwondering en laat merken dat hij het een heel leuke ontmoeting vond. Ik vraag of hij nog es zo dicht bij iemand zou komen maar dat ontkent hij. Hij weet dat je dit als vink normaal gesproken niet doet, ‘maar dit was heel leuk.’ Hij zegt dat hij nog wel rond gaat kijken en als ik dat later bij een vogelaar navraag, bevestigt die dat vinken in de buurt blijven.
Terwijl we dit gesprekje hebben, vraag ik wel drie keer of hij iets speciaals te zeggen had tegen deze vrouw. Maar iedere keer komt het antwoord neer op de verwondering en dat hij het ‘leuk’ vond, een avontuur. Zoals hij zich aan mij laat zien/voelen moet ik sterk aan Henkie denken, de gierzwaluw die mij vorig jaar in juli twee weken als nest heeft gebruikt. Die had ook dat opene, die bravoure, die hang naar ontdekking en avontuur zonder bang te zijn. Het lijkt erop dat deze twee vogeltjes erg genoten hebben van het menselijke contact. En ik weet wel zeker dat niet elke vogel dat leuk had gevonden!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten